•  

    Goed, beter, biest!

    De eerste voeding verdient alle aandacht

Biestkwaliteit: meten is weten

De concentratie antistoffen (immunoglobulinen) in biest is van levensbelang voor een goede start van uw kalveren. Controleer de biest daarom regelmatig met een brix refractometer. Meten is de eerste stap van gedegen biestmanagement. Zo krijgt uw kalf een optimale weerstand, helpt u longproblemen en diarree te voorkomen en vermindert u uitval. Bovenal werkt een goede start positief door op de prestaties tijdens de gehele levensduur.

De eerste melk die de koe na het afkalven geeft wordt biest genoemd. Het doel van deze biest is de overdracht van belangrijke antistoffen van de koe naar het kalf. Of deze overdracht goed verloopt is van veel factoren afhankelijk. Een heel belangrijke factor is de kwaliteit van de biest.

Wat verstaan we onder een goede kwaliteit biest?

Allereerst de hygiënische kwaliteit. Biest moet schoon gemolken worden, geen vuil bevatten, geen vermenging of besmetting via vliegen of stof. Daarnaast telt het gehalte aan antistoffen in de biestmelk. Hoe dit werkt, welke gevolgen dat kan hebben en wat u daar aan kunt doen is de basis voor dit artikel.

Droge stof = kwaliteit

Kwaliteit van biestmelk is direct gekoppeld aan het gehalte aan vaste bestanddelen in de biest, ofwel de droge stof. Hoe meer droge stof, hoe beter de kwaliteit. Gewone koemelk bevat 12,5% droge stof en verse biest het liefst meer dan 25%. Meten van het droge stofgehalte kan op verschillende manieren:

  • Monster sturen naar een laboratorium ➞ duurt (te) lang
  • Biestmeter gebruiken ➞ kwetsbaar instrument van glas
  • Refractometer (brix) gebruiken ➞ accuraat en handig instrument

Voor het snel aflezen van het droge stofgehalte adviseren wij het gebruik van een brix refractometer.

Hoe werkt het?

Met een brix refractometer meet je de breking van licht dat door een oplossing schijnt. De mate van breking is gekoppeld aan de hoeveelheid droge stof in de oplossing. Meer droge stof geeft een hogere brixwaarde.
In het geval van melk is de relatie tussen brix en droge stof ongeveer 1:1.

Dat betekent dat bijvoorbeeld 15% brix staat voor ongeveer 15% droge stof. Daarnaast is een droge stofgehalte van boven 19% gekoppeld aan de hoeveelheid antistoffen (IgG). Via de verbinding brix–droge stof–IgG kan de kwaliteit van biest eenvoudig vastgesteld worden met de brix refractometer.

Zo meet je biest met een refractometer

 

Brix-waarde

Gewone koemelk, of Sprayfo in oplossing, heeft een brix-waarde van 11 tot 16%. Wanneer de melk veel vet bevat, kan de brix-waarde iets lager uitvallen. Ook biest kan een hele lage (12-16%) brix-waarde hebben. Dan heeft de koe voor het kalven veel melk laten lopen, waardoor de melk na afkalven geen echte biest meer is.

Slecht
Biest met een brix-waarde van 17-22% is slecht. Deze moet je zeker niet aan vaarskalveren geven. Is er te vaak een te lage brix-waarde? Analyseer dan samen met de rantsoenadviseur de voeding in de droogstand en de voeding rondom het afkalven. Waar nodig dient het rantsoen te worden aangepast.

Goed
Biest boven de 23% wordt als goed gekwalificeerd, waarbij hoger dan 26% als zeer goed. Bij biest hoger dan 26% voer je met een liter minder nog steeds ruim voldoende antistoffen aan het kalf.

Kortom: hoe hoger de brix-waarde, des te beter de biestkwaliteit. Biest boven 26% is van topkwaliteit.

Waarom meten?

Heel simpel gezegd, meten is weten. Op het oog kunt u de kwaliteit van biest niet vaststellen. Zo betekent een gele kleur niet per se een betere kwaliteit. Regelmatig meten verschaft inzicht in de mogelijke variaties van de hoeveelheid antistoffen binnen uw veestapel. Met deze kennis kunt u maatregelen treffen, of krijgt u bevestiging van uw juiste aanpak. Voor veel veehouders is het meten van biest de eerste stap op weg naar het optimaliseren van hun biestmanagement, gevolgd door een betere kalveropfok.

Factoren om rekening mee te houden:

  • Bij vaarzen is de brix-waarde vaak lager
  • Bij 2e en 3e kalfskoeien wordt de brix-waarde steeds beter
  • Bij een hoge melkgift direct na afkalven is de brix-waarde vaak lager
  • Melk uitliggen voor het afkalven verlaagt de brix-waarde
  • Bij laat melken (na 6 uur) na de geboorte daalt de brix-waarde
  • Vaccineren tijdens de dracht beïnvloedt de brix-waarde niet
  • Voeding in de droogstand heeft grote invloed op de brix-waarde 

Lees ook: Het effect van biest